Voor opnames en/of info: 03 280 32 55 | mi.cardiologie@zna.be

 

Coronarografie (linker hartkatheterisatie)

Wat is een coronarografie?

Dit onderzoek wordt uitgevoerd wanneer er vermoeden bestaat dat er een vernauwing van de kransslagaders is of  in geval van een acuut hartinfarct. Een hartinfarct ontstaat wanneer er een plotse klontervorming optreedt ter hoogte van een (al of niet ernstige) bestaande vernauwing

De kransslagaders voorzien het hart van bloed en ontspringen juist boven de aortaklep in het begin van de aorta. Via de pols of de lies schuift de arts een katheter (een buigzaam dun buisje) tot aan het begin van de kransslagaders en tot in de linkerhartkamer. Via deze katheter spuit de arts een contrastvloeistof in die de kransslagaders met behulp van röntgenstralen in beeld brengt. Op die manier kan men vernauwingen van de bloedvaten of een acuut hartinfarct opsporen. Een hartinfarct ontstaat wanneer er plots een klontervorming ontstaat in een vernauwde kransslagader.


Coronarografies worden uitgevoerd in het hartkatheterisatielabo of cathlab.

Hoe verloopt het onderzoek?

  • ’s Morgens meldt u zich aan in het ziekenhuis.
  • U moet niet nuchter zijn. Een licht ontbijt is toegelaten. Medicatie mag u nog innemen, tenzij anders vermeld door uw arts.
  • De verpleegkundige plaatst een infuus in uw arm om, zo nodig, medicatie toe te dienen.
  • U wordt naar het cathlab gebracht en u gaat op de behandeltafel liggen.
  • Er worden kleefelektroden aangebracht om het hartritme te volgen.
  • Onder lokale verdoving wordt een klein buisje (≤ 2 mm) via een slagader (vanuit de pols of ook soms via de lies) opgeschoven naar het hart.  Deze katheter  wordt in de kransslagaders geplaatst.  
  • Daarna wordt contrastmiddel (kleurstof) in de kransslagaders gespoten en worden radiografische opnames gemaakt die eventuele vernauwingen zichtbaar maken.
  • Tijdens dezelfde procedure kan ook een ballondilatatie of PCI, eventueel met plaatsen van een stent, worden uitgevoerd, als het gevonden letsel hiervoor in aanmerking komt.
  • In dit geval dient u te overnachten.
  • Tijdens het onderzoek kan u een vage last in de arm (indien onderzoek via de pols gebeurt) ondervinden.
    Af en toe wordt gevraagd om diep in te ademen.
  • Bij toediening van contraststof kan u een lichte last in de borstkas ondervinden en een kort warmtegevoel hebben wanneer een opname van de hartspier gemaakt wordt.
  • Na het onderzoek wordt de katheter verwijderd en moet de punctieplaats afgeklemd worden.
    Bij onderzoek via de pols plaatst men een polsdrukbandje waarbij de druk geleidelijk verminderd wordt tot er geen nabloeding meer optreedt. U mag onmiddellijk na het onderzoek uit het bed komen. U mag uw  pols enkele dagen niet te veel belasten.
    Indien het onderzoek via de lies gebeurt, zal druk worden uitgevoerd ter hoogte van de lies en wordt nadien een drukverband aangebracht.
    U moet een zestal uur in bed blijven liggen en één nacht in het ziekenhuis blijven.
  • Mocht u na uw ontslag uit het ziekenhuis toch problemen ondervinden ter hoogte van de aanprikplaats (bv. een bloeding), dient u dit best door een arts te laten nakijken (door uw huisarts of via de dienst spoedgevallen). In geval van een bloeding is het belangrijk druk uit te oefenen op de plaats van de bloeding.
  • U dient na het onderzoek zeker 1,5 liter water te drinken om uw nieren te zuiveren van de contrastvloeistof.
  • Uiterst zeldzaam kan een allergische reactie optreden na toediening van de contraststof

     Bekijk ook de bijhorende film

     lees ook de brochure